U bent hier: Home - Proces - Funderingsmachines en de bouwplaats

Printvriendelijke versie

 
 
 

2. Funderingsmachines en de bouwplaats




Funderingsmachines op de bouwplaats
In de tijd dat de Arbeidsinspectie de publicatiebladen P 45 Hollandse Heistellingen en P 136 Mobiele Heistellingen toepaste, werd door fabrikanten en heibedrijven nauwelijks aan stabiliteitsberekening van machines gedaan. Als het al werd gedaan dan werd gekeken naar de normen voor hijskranen die door iedereen qua toepassing op heistellingen op eigen wijze werden uitgelegd. Eerste ingebruiknamekeuringen en periodieke of opstellingskeuringen werden nog niet uitgevoerd. Heistellingen met tuidraden en dodebedden werden regelmatig toegepast. Bij het omvallen van heistellingen is het daardoor wel eens voorgekomen dat een vallende stelling via de tuien een andere machine meesleurde in zijn val.
De huidige stand der techniek, voorschriften en normen, Europese richtlijnen en landelijke richtlijnen, afspraken in de branche voor het uitvoeren van keuringen, voorschriften voor bouwterreinen e.d. geven aanleiding om aan te nemen dat de veiligheid beter wordt beheerst.
Regelmatige keuringen en nieuwe veiligheidsnormen voor funderingsmachines, maar ook de huidige technische mogelijkheden van fabrikanten, hebben bijgedragen tot een vermindering van de risico’s. Toch vraagt het werken op de bouwplaats de nodige aandacht om de risico’s beheersbaar te houden.
Voor het dagelijks gebruik (waaronder hijsen), onderhoud en het opbouwen en afbreken van de funderingsmachine zijn de instructieboeken van de desbetreffende machine maatgevend. De aanwijzingen die hierin vermeld staan dienen te allen tijde opgevolgd te worden.

Beoordelingssysteem begaanbaarheid bouwterreinen
Een vlak en draagkrachtig bouwterrein is van groot belang voor de begaanbaarheid en beloopbaarheid. De conditie van het bouwterrein is direct van invloed op de stabiliteit van het in te zetten materieel, maar ook op de arbeidsomstandigheden van het betrokken personeel. Helaas komen er nog elk jaar ongelukken voor door omvallend materieel, soms zelfs met dodelijke afloop. Verder leiden slechte arbeidsomstandigheden tot onder andere nek- en rugklachten en klachten aan het bewegingsapparaat.

Om de risico’s die voortvloeien uit slechte begaanbaarheid van bouwterreinen te beheersen vindt eerst – dit ter beoordeling van een deskundige - een normvaststelling plaats aan de hand van de meet- en beoordelingsmethode volgens CUR/CROW/Arbouw 2004-1.

Deskundige
Een deskundige is een voldoende opgeleid en ter zake kundig persoon, aangewezen door de directie van het funderingsbedrijf, die bevoegd is te bepalen of meting van de ondergrond conform CUR/CROW/Arbouw 2004-1 noodzakelijk is. Als deskundige kan bijvoorbeeld worden aangemerkt de heibaas, de machinist van de funderingsmachine, een materieelfunctionaris of een projectleider of uitvoerder van het bedrijf.

Vastlegging
De procedure voor de beoordeling en aanwijzing van deskundigen dient te worden vastgelegd in het kwaliteitssysteem, het VCA-handboek dan wel het LEF-erkenningssysteem.

Criteria
Bij de begaanbaarheid van het bouwterrein is het volgende van belang:
  • Kwaliteit van de toplaag; onder de toplaag wordt de eerste 0,5 m vanaf maaiveld verstaan. De kwaliteit wordt bepaald door de grondsoort, het weer en op welke wijze met de toplaag omgesprongen wordt door verkeer en transport;
  • Draagkracht van de (onder)grond; deze wordt niet alleen bepaald door de toplaag, zeker niet wanneer de invloed van de belasting dieper reikt dan de toplaag of wanneer de toplaag van betere kwaliteit is dan de onderliggende laag;
  • Type voertuig.

Met een handsondeerapparaat (penetrograaf/penetrologger) kan snel en eenvoudig inzicht worden verkregen in de toplaag. Uit tabellen met voertuiggegevens, bodemtypen en grondwaterstanden kan de begaanbaarheid afgelezen worden.

De totale terreinbeoordeling bestaat uit 3 modulen:
  • BVS - Begaanbaarheids Vergelijkings Systeem, dat de toplaagkwaliteit en het type voertuig (rijdende voertuigen zoals shovels, dumpers etc.) met elkaar vergelijkt;
  • BBS - Begaanbaarheids Berekenings Systeem, dat gebaseerd is op draagkrachtberekeningen van de grond (stilstaande voertuigen die al dan niet gebruik maken van draglineschotten en/of stempels zoals kranen en funderingsmachines);
  • Arbomodule - de toplaagkwaliteit is van grote invloed op de beloopbaarheid. Er bestaat een duidelijke relatie tussen verschillende grondsoorten en risicofactoren voor de betrokken persoon.

Risico’s beheersen
Funderingsmachines hebben over het algemeen een hoogliggend zwaartepunt. De stabiliteit van deze machines wordt beïnvloed door verschillende factoren. Hierbij is de stabiliteit van de ondergrond in de eerste plaats van belang en dient deze volgens de bestaande methoden te worden bepaald.

Bij het werken met meerdere funderingsmachines op dezelfde locatie zullen de risico’s worden verhoogd als de machines binnen elkaars valbereik werken. Ook indien keten, werknemers, andere bouwmachines, bestaande bebouwing en de openbare weg zich binnen het valbereik van de funderingsmachine bevinden zal een verhoogd risico ontstaan. De (hoofd)aannemer dient bij de inrichting van zijn bouwterrein hiermee rekening te houden.

Er zijn in het proces van werkzaamheden met funderingsmachines verschillende omstandigheden te onderscheiden met daarbij behorende specifieke risico’s:

  • Tijdens het monteren en demonteren
    Tijdens het monteren en demonteren wordt in het algemeen gewerkt zijdelings van de bouwplaats of op de bouwstraat. Er wordt vaak gebruik gemaakt van een mobiele kraan, autokraan of wiellader. Ook wordt de basismachine gebruikt voor laden, lossen en uitleggen van de te monteren makelaar en/of giekdelen. Er zijn geen extra risico’s voor het personeel en de machines welke met deze werkzaamheden bezig zijn. Als wordt gewerkt binnen het valbereik van een andere funderingsmachine moet het uitvoerende personeel van deze machine steeds bij een verhoogd risico de personen bij de op te bouwen machine hiervan in kennis stellen.

  • Tijdens het oprichten en strijken
    Tijdens het oprichten en strijken van de machine mogen geen andere werkende machines noch andere dan bij het funderingswerk betrokken personen binnen het valbereik van de machine aanwezig zijn.

  • Bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en/of draglineschotten
    Bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en/of draglineschotten mogen zich geen personeel en machines binnen de draaicirkel van de machine en de last bevinden. Alleen degene die aanwijzingen geeft aan de machinist bevindt zich nabij de last en in het zichtveld van de machinist. De machine heeft een hoger risico, daar zowel versnellings- en vertragingsmomenten als schuine reeptrek kunnen optreden. Overige personen en machines dienen te worden gewaarschuwd. Het is aan te bevelen deze werkzaamheden uit te voeren als (de) andere machine(s) stil staan of onder optimaal veilige werkomstandigheden opereren. In verband met de stabiliteit van de machine en de beloopbaarheid door het personeel dienen de draglineschotten bij voorkeur aaneengesloten te liggen.

  • Bij het verplaatsen van de machine naar een (andere) werklocatie (ook van paal naar paal)
    Voor het verplaatsen van de machine naar een werklocatie (ook van paal naar paal) geldt in principe hetzelfde als voor het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en draglineschotten.

  • Bij het in- en uithijsen van funderingselementen en/of grondstoffen
    Bij in- en uithijsen van funderingselementen en/of grondstoffen moet eveneens worden gehandeld als bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en draglineschotten. Het hijsen van funderingselementen zoals palen, buizen, damwanden, wapeningskorven enz., welke meestal een grote lengte hebben, mag alleen geschieden als niet bij het funderingswerk betrokken personen en machines buiten het valbereik van het funderingelement blijven. Ook mogen andere funderingsmachines binnen het valbereik van de machines niet tegelijkertijd funderingselementen hijsen.

  • Tijdens het installeren of verwijderen van funderingselementen
    In het algemeen is dit de veiligste situatie. Tijdens het installeren of verwijderen van funderingselementen staat de funderingsmachine in principe in ruststand. Het heiblok, de boormotor of de vibrator is in de regel geleid langs een makelaar of leider welke is afgesteund op de grond (of een schot). De makelaar of leider dient alleen voor het geleiden van het heiblok enz. De krachten op de machine welke de stabiliteit beïnvloeden zijn stabiel en minimaal (geen versnellings- en vertragingsmomenten, geen schuine reeptrek enz.). Het kantelmoment is voor de gekozen werksituatie berekend en als veilig te beschouwen, er treden immers geen dynamische belastingen uit beweging(en) van de machine zelf op. De machine ondervindt, afgezien van de windbelasting, nagenoeg alleen statische belastingen.

  • Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz.
    Werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz. worden uitgevoerd volgens aanwijzingen van een daarvoor aangewezen deskundige persoon, die voor deze werkzaamheden duidelijke instructies geeft volgens een vooraf vastgesteld en besproken schema.

Funderingsmachines in elkaars valbereik
Het werken van machines en personen in elkaars directe omgeving leidt altijd tot een verhoogd risico. Het is altijd veiliger als deze situaties worden vermeden. Toch kan niet altijd worden voorkomen dat economische en/of planmatige omstandigheden leiden tot de keuze van een werkwijze, waarbij zulke situaties noodzakelijk of zelfs onvermijdelijk zijn.

Indien in dergelijke situaties de volgende maatregelen worden getroffen, kan het werken binnen het valbereik van funderingsmachines, maar ook het werken met hijskranen en mobiele kranen, waarbij gevaar door omvallen aanwezig is tot een aanvaardbaar risico worden teruggebracht.

De risico’s moeten worden onderkend, vastgelegd in een TRA (taak-/risicoanalyse), besproken met betrokkenen en dienovereenkomstige maatregelen (m.n. draagkrachtig werkniveau) worden genomen dat het risico van omvallen, aanstoten etc. tot bijna nihil wordt teruggebracht.

Bij het aanvaarden van een opdracht dient de opdrachtgever (c.q. de hoofdaannemer) er op te worden gewezen zo min mogelijk activiteiten binnen het valbereik van de funderingsmachine te ontplooien. Door de opdrachtgever moet rekening worden gehouden met stagnaties welke kunnen optreden als de funderingsmachine, maar ook andere activiteiten binnen het valbereik, door bovenstaande eisen wordt belemmerd.

Het funderingsbedrijf dient zijn personeel duidelijk te instrueren en de hiervoor genoemde risico’s en aanbevelingen ter voorkoming van gevaren vast te leggen in werkinstructies.

Een goede afstemming bij de kick-off meeting (startwerkvergadering) en duidelijke afspraken tussen het leidinggevende en uitvoerende personeel moeten worden vastgelegd in een verslag. Bij veiligheidsinspecties kan de aangetroffen situatie worden getoetst aan dit verslag. Geschillen kunnen worden opgelost door na te gaan waar van deze afspraken is afgeweken en door wie deze niet of onvoldoende zijn nageleefd.

Eisen voor funderingswerken langs auto(snel)wegen en infrastructurele werken met verhoogd veiligheidsrisico voor de publieke omgeving
Funderingswerkzaamheden langs en op auto(snel)wegen worden steeds moeilijker uitvoerbaar door beperkingen in werkruimte en werktijden. Evenzo kan dit gelden voor werken met een verhoogd veiligheidsrisico voor de publieke omgeving. Ook in een stedelijke omgeving worden funderingswerken uitgevoerd, waarbij verhoogde eisen noodzakelijk zijn om de veiligheid van het publiek te optimaliseren.

Het doel van deze bepalingen is om voor het verkeer en/of omgeving zo min mogelijk of geen hinder of gevaar te veroorzaken door de uit te voeren werkzaamheden, alsmede voor het uitvoerend personeel een veiliger werkplek te creëren. Daarvoor moeten de veiligheidseisen voor uitvoering op een hoger niveau worden gesteld, waardoor risico's naar de omgeving binnen de mogelijkheden worden beperkt. Tot deze risicogroep funderingswerken of onderdelen daarvan behoort het heien van prefab betonnen heipalen, stalen buispalen met of zonder voetplaat, stalen damwanden, alsmede het maken van boorpalen voor de fundatie van viaducten, overkluizingen en overige constructies over en bij auto(snel)wegen.

Omdat in deze specifieke gevallen de bepalingen van de Standaard RAW 2000 deze bijzondere omstandigheden niet afdekken, zijn door de Bouwdienst RWS in overleg met de NVAF 17 eisen opgesteld, waaraan de aannemer c.q. het funderingsbedrijf dient te voldoen, als funderingswerk naast, op of bij auto(snel)wegen of andere risicovolle locaties moet worden uitgevoerd. Uitgangspunt is om de veiligheidsaspecten te toetsen aan de 4 M-aspecten, nl. de toe te passen methodiek, het te gebruiken materieel, het in te zetten materiaal en de mens. De mens blijkt uit onderzoeken de grootste risicofactor te zijn. In het geval dat de werkzaamheden nabij infrastructurele constructies van derden plaatsvinden (spoorlijnen, hoogspanningskabels, chemische installaties), zijn de normen en instructies van de desbetreffende instantie van toepassing.

Werken in of met verontreinigde grond (water)
Indien de werkzaamheden plaatsvinden in of op verontreinigde grond (water) dienen de gegevens met betrekking tot de verontreiniging (aard en mate) op het werk aanwezig te zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever deze gegevens te verkrijgen bij de opdrachtgever. Vanzelfsprekend dienen de voorgeschreven voorzorgsmaatregelen genomen te worden (zie hoodstuk 6).

Documentatie:
  • CUR/CROW/Arbouw 2004-1 Beoordelingssysteem voor de begaanbaarheid van bouwterreinen
  • CROW publicatie 132 “Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water”
  • Eisen voor funderingswerken langs auto(snel)wegen en infrastructurele werken met verhoogd veiligheidsrisico voor de publieke omgeving Bouwdienst Rijkswaterstaat 1 juli 2004
 
 
 
 

< terug naar vorige pagina